Journalist

De schooldag zit erop als een groepje leerlingen zich rondom mij verzamelt. Allemaal willen ze nog even iets zeggen. Een jongen vertelt dat zijn opa nog niet zo lang geleden in de krant stond omdat hij iemand uit een brandende auto had gered. Ik herinner me het verhaal. Een meisje zegt dat ze journalistiek heel leuk vindt. Sport ook! En twee jongens staan te wachten met een potlood in hun handen: of ze een handtekening mogen op de achterkant van het visitekaartje dat ze zojuist hebben gekregen.

Ik ben deze middag uitgenodigd om over mijn werk te vertellen in groep 7 en 8 van mijn oude basisschool, de Hengelose Piersonschool. Dit in het kader van de Kinderboekenweek met het thema ‘Worden wat je wil’. Op basisscholen in heel het land vertellen ouders en andere genodigden in de weken voor de herfstvakantie over hun beroepen. Zo zag ik een verpleegkundige, een bakker, een politieagente, de burgemeester en een dominee langskomen. 

Van twee meiden uit de bovenbouw van de Pierson kreeg ik een keurig opgesteld mailtje met daarin de uitnodiging. ‘Een echte journalist’ leek ze leuk. Dat vond ik grappig. Zo omschrijf ik mezelf namelijk nooit. Bij een journalist denk ik al snel aan een pure nieuwsjager. Dat ben ik niet. Liever richt ik me op de achtergronden, de menselijke verhalen. Maar natuurlijk: er zijn ook genoeg bakkers, die nooit een brood bakken. Uiteindelijk ben ook ik een journalist. 

Deze middag staat bol van vragen over met name dat werk. Hoe kom ik aan mijn verhalen? Wat vind ik het allerleukste aan mijn werk? Hoeveel uur werk ik op een dag? En schrijf ik weleens iets helemaal fout? Af en toe vliegen de vragen alle kanten op. Waar woon ik? Heb ik een fiets? Doe ik ook aan gamen? Heb ik een vrouw? Een vriendin dan? Meest tot de verbeelding spreken de bekende mensen die ik door de jaren heen al ontmoette. “Suzan & Freek!? Wooow.” 

Ik vertel over mijn columns en over de vrijheid die ik daarin heb. De mededeling dat ik ook over deze middag een column zou kunnen schrijven, wordt met veel enthousiasme ontvangen. Moet ik absoluut doen. Een jongen staat op van zijn stoeltje en roept dat ik dan ook zeker moet vermelden dat hij – met nadruk noemt hij zijn naam – de knapste van de klas is, een bewering waarover direct de nodige discussie ontstaat. Niet alle meiden blijken het ermee eens.

Met een grote glimlach op mijn gezicht fiets ik even later weer naar huis. Op het bericht dat ik op Facebook plaats komen heel wat mooie reacties. Een moeder laat weten dat er thuis een authentiek en gesigneerd visitekaartje op de keukentafel ligt. En een collega vermoedt dat er over een jaar of twintig zomaar een stuk over deze middag zou kunnen verschijnen, geschreven door een dan net beginnend journalist. Ik kijk er alvast naar uit.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden