Uut 't Wald | Kammenet

Kammenet

Wie de dikke Van Dale raadpleegt leest daarin dat een kabinet een ouderwets fraai kastje is. Wikipedia houdt het op een opbergmeubel van hout met vele vakjes en deurtjes en plaatst daar een afbeelding bij van een niet al te groot kastje zoals dat in het paleis van de Zonnekoning Lodewijk de Veertiende kan hebben gestaan.

Maar in de Achterhoek verstaan we onder een kabinet (of beter gezegd een kammenet) zeker geen klein kastje, maar een fors meubel. Met inderdaad tal van opbergmogelijkheden.

Zoals in de jaren zestig in elk Nederlands huis een wandmeubel stond, was er voor de oorlog in deze streek geen boerderij of burgerwoning waar geen kammenet te vinden was. Nou ja, de allerarmsten hadden er geen. Zo'n kast paste niet eens in een daglonershuisje.

Het kammenet, ook wel pronkkaste, goeie kast of tuugkaste genoemd, was de plek waarin je zaken van waarde opborg. Allereerst natuurlijk het linnen dat de vrouw bij haar huwelijk meekreeg en het hennekleed (doodshemd), maar ook de waardepapieren en – als je de bank niet vertrouwde – je geld. Daarvoor zat in de kast soms een apart vakje, het inschriefsel. Sommige mensen bewaarden in de kast ook de reeds aangesneden vleeswaren (schinke en naegelholt).

Aan het kabinet kon je trouwens de status en welstand van de bezitter aflezen. Welgestelde boeren hadden vaak twee kabinetten en die waren van eikenhout. Kleine boertjes moesten het doen met een exemplaar van geverfd vurenhout. Welgestelde burgers (en heel rijke boeren) hadden meestal een kammenet van mahonie of wortelnotenhout.

Meer berichten