Foto: Nick Oostendorp

Column Eva Schuurman - (T)rouwzaal

(T)rouwzaal

Het is stil in de trouwzaal in ons gemeentehuis, normaal gesproken vind ik hier een gangpad om fier doorheen te lopen. Zo'n beetje lichtvoetig, maar met ferme pas. Meestal sta ik hier met een warme choco uit de automaat in stilte te bladeren door wat komt. Zwaai ik naar voorbijgangers en zwaai ik daarna mijn toga aan. Zo'n beetje met dezelfde draai die een sleepdraagster maken moet alvorens ze sierlijk kan zitten gaan.

De stilte die dan heerst is er eentje voor de liefdevolle storm. Zo'n beetje als de zin die je overvallen kan als je de toegangspoort ziet tot hetgeen waar je je al weken op verheugt; de achtbaan, giraffen of het golfslagbad. Een storm van 'we zijn er bijna, maar nog niet helemaal'. Zo'n storm van bulderlach en glundertraan, zo'n storm van samen door het leven gaan. Maar niet vandaag. Vandaag is er geen storm, enkel stilte.

Ik sta in de hal, in afwachting van de bescheiden stoet. Het grijze plakkaat waarop onze dorpen en kernen geschreven staan dient vandaag speciaal als toegangspoort naar een liefdescontract. Zoals gewoonlijk kiezen andere bezoekers als vanzelf deze majestueuze ingang, is de glazen deur plotsklaps vergeten. Maar nu zijn ze niet enkel onderweg naar rijbewijs en geboorteaangifte. Stemmig lopen ze naar binnen, richting de stille trouwzaal.

En wij zijn voor de voltrekking uitgeweken naar een ander vertrek; de muziek is getest en een toegewijde interieurverzorgster zoog de laatste resten vergadering uit de ruimte. Met de bode bedacht ik waar de bloemen hier het beste kunnen staan en de koffiekar werd ineens een bijzettafeltje. Het zwaarmoedig, gemeentelijk interieur is vervangen door een lieve opstelling en nu lijkt het zowaar alsof deze zaal voor samenzijn geschapen is. Ach, je kunt overal de liefde vieren, mijmer ik. Als je maar samen bent.

Ze zijn nog samen, denk ik dan. Want op de foto in de trouwzaal zijn ze zo samen als ze nu nog zijn. Vaak hoor ik in al die lieve verhalen, aan de voet van een akte over samenzijn en alles delen, dat dat de wens is; als het dan zover is, dan samen. Tegelijk.

En het leven gaat door, zeggen ze. Of in elk geval stopt het niet, denk ik. Dus staat aan het begin van waar normaal het gangpad start een tafel met een kaars, een condoleanceregister en een zonnige foto van twee mensen; nog altijd samen, alleen niet meer hier.

En ik weet niet hoe hun trouwzaal er eens uitzag, maar ook deze is nu voor hen gereserveerd. Er is geen gangpad naar iets en er klinkt geen muziek. De stilte zingt geen liedjes over hoop en niemand strooit met bloemen vol kleur. We rijgen geen ringen aan een nieuwe start en klappen niet om een openbare zoen. Dat zullen we allemaal niet doen, of tenminste niet in deze trouwzaal. Maar ook hier zijn de tissues hetzelfde; volgesnoten en verfrommeld. Restjes tranen en make-up.

Ik schrijf onze namen in het boek en ben zo stil als de zaal. Het voelt goed dat we op één regel staan, het voelt samen.

Meer berichten