Foto:

Zwaleman | Kiezelstenen

Kiezelstenen

Ik heb, geloof ik, ooit in deze column geschreven dat mijn eerste auto een Lelijke Eend was, oftewel een Citroën 2CV. Maar dat was niet helemaal waar. Voor dat Deusjevootje had ik al een andere auto. Maar die was niet alleen van mij. Ik was mijn tijd behoorlijk vooruit, want ik reed op mijn achttiende al in een deelauto. Dat delen deed ik met drie vrienden. Om een heel eenvoudige reden. Geen van ons had genoeg geld om een auto te kunnen kopen. Deden we hutje bij mutje, dan waren we wel kapitaalkrachtig genoeg.
Op die manier was ik (mede-)eigenaar van een fraaie limousine, die we met garantie tot aan de oprit voor driehonderd gulden (136 euro!) op de kop hadden getikt.
We baarden opzien met onze aankoop. Het was namelijk een Wartburg. Net als de veel bekendere Trabant een Oost-Europese auto. Met de Trabant had dit merk gemeen, dat ondanks de lage aanschafprijs geen Nederlander er in wilde rijden. Maar anders dan de Trabant was de Wartburg wel voorzien van alle denkbare luxe. Zoals slaapstoelen en een schuifdak. En een vierversnellingsbak met overdrive. Dat laatste was destijds zo zeldzaam, dat wij er nog nooit van hadden gehoord. Zelfs niet wisten, dat onze Wartburg er mee was uitgerust. Totdat het misging.
Want het lag, zo hoorden we later, aan het onkundig gebruik van die overdrive, dat de auto zo moeilijk schakelde. Steeds lastiger werd het om het versnellingspookje (dat aan het stuur zat) in de juiste stand te krijgen.
Het is een halve eeuw geleden, maar ik herinner het me nog als de dag van gisteren. We reden in Lochem. Vanaf de Wilhelminalaan wilden we linksaf de Barchemseweg op. Maar het lukte vriend Henk, die achter het stuur zat, maar niet om de Wartburg in de eerste versnelling te krijgen. Nog één flinke ruk gaf hij en….. volledig beduusd staarde hij naar het afgebroken pookje in zijn rechterhand.
Tja, daar sta je dan. Maar we moesten toch verder. Dus gaf vriend Han een flinke trap tegen het stukje pook dat nog aan de stuurkolom vast zat. Daardoor schoot ie in zijn drie en konden we verder rijden.
We hebben de auto nooit laten repareren. Nog een paar maanden reden we in alleen de derde versnelling. Moest de auto een stukje achteruit, dan stapten twee man uit en duwden hem terug. Nadeel was natuurlijk wel, dat je nooit in je eentje op stap kon.

Aan die eerste auto moest ik vorige week even denken, toen plotseling de versnelling van mijn Citroën C3 dienst weigerde. Ik kreeg 'm met geen mogelijkheid in z'n achteruit. Nu riep ik natuurlijk wél de hulp van mijn garage in. Daar stonden ze vreemd te kijken. "Zoiets hebben we met dit type auto nog nooit meegemaakt", vertrouwde een monteur me toe. Maar hij ging meteen op onderzoek uit en na een half uurtje had hij het euvel gevonden. "Deze jongens blokkeerden een as in de versnellingsbak", zei hij, terwijl hij me een viertal kiezelstenen liet zien, die hij onder de motorkap vandaan had getoverd.
Even stond ik verbaasd te kijken, maar al snel begreep ik het. Dit hadden steenmarters gedaan! Een paar maanden geleden immers had ik ook al kiezelstenen onder de motorkap van de auto van mijn liefste weggehaald. Ook daar door speelse marters achtergelaten.
Ik overweeg de nota van de garage in te lijsten. Want laten we wel wezen, een rekening van 86 euro en 39 cent voor het verwijderen van vier kiezelstenen, die kun je gerust uniek noemen.

Meer berichten