
Scherf van onlangs in Zelhem gevonden bom naar museum
CultuurBert Schieven blij met uniek stuk geschiedenis
Door Liesbeth Spaansen
HALLE-HEIDE – Het museum ‘Zelhem in Oorlogstijd’, opgebouwd en ingericht door Bert Schieven op de zolder van het Heidehuus in Halle-Heide wordt nog regelmatig verrast door mensen die nieuwe aanwinsten aanbieden. Maar na het bericht van een gevonden en nog niet ontplofte bom uit de Tweede Wereldoorlog bij de bouwlocatie van voormalig feestzaal Het Witte Paard in Zelhem, kwam Schieven toch zelf in actie. Scherven van deze bom zouden een enorme aanwinst zijn voor zijn museum en hij nam contact op met de gemeente Bronckhorst. Burgemeester Patrick van Domburg kwam vrijdagmiddag 4 september persoonlijk één scherf, wel een flinke, persoonlijk afleveren.
Er waren mooie vondsten bij archeologische werkzaamheden in het centrum Zelhem. “Anderhalve maand geleden zeiden de archeologen: ‘We weten nu waarom die detector zo piepte, want we hebben een bom gevonden’. Archeologie vind ik interessant, dus ik was daar geweest en toen zei ik ‘misschien ligt er dan wel iets van een ijzerput onder of zo. Een paar dagen later belden ze, het was geen ijzerput maar een bom. Een 500 ponder. Die is weggehaald en tot ontploffing gebracht bij Zutphen, daar hebben we een bepaalde vlakte. Daar kwamen heel veel splinters maar heel weinig echt mooie stukken vanaf. Dus mijn OOV, Openbare Orde Veiligheidsmedewerker, zei ‘ik heb nog één mooi stuk kunnen vinden”, vertelt burgemeester Patrick van Domburg in het Heidehuus, waar een aantal geïnteresseerden waren samengekomen. “Het is een beetje scherp, daarom zit het in keukenpapier.”
Iedereen was benieuwd, dus de burgemeester ging direct over tot het overhandigen van de bomscherf. “Dit is de binnenkant, dat zie je al direct natuurlijk, jij weet het verhaal erbij, dat vind ik het mooie”, zegt Van Domburg tegen Schieven als het zware stuk ijzer van eigenaar wisselt. “Alsjeblieft, voor jouw collectie. Het hoort hier en vooral nu we weten, dat er geen enkel ander stukje van de bom over is.”
Schieven is blij. “Het is Zelhemse historie, absoluut! Weet je, je gooit iets maar één keer weg en weg is weg”, is hij stellig. Burgemeester beaamt dat. “Het is maar een stukje metaal, maar het feit dan we er een verhaal aan kunnen koppelen maakt het mooi. We weten waar het gevonden is en jij weet precies het momentum van vallen.”
Bert Schieven weet welke toestellen het waren, wanneer bommen vielen, waar de piloten vandaan kwamen. In de loop der jaren heeft hij de namen van meerdere van deze jonge mannen weten te achterhalen. Hij vertelde uitgebreid over deze zoektochten in onder andere Engeland, die lastig zijn vanwege de privacy daar. Alle informatie komt via familieleden en facebooktreffers. Schieven raakt er bekend, dat maakt het wel makkelijker.
De burgemeester nam afscheid. “Ik wens je er veel plezier mee, geef het een mooi plekje te zijner tijd.” “Bedankt dat je het persoonlijk kwam brengen”, zegt Bert Schieven. Als de scherf is afgebraamd, het is nu messcherp, zal deze waarschijnlijk in een eigen vitrine komen te liggen. “Dat is een klus voor de winterdag.”
Zelhemse bom
De scherf is afkomstig van een bom uit de oorlog, een blindganger van de tweede luchtaanval op Zelhem op 24 maart 1945 om 6.30 uur in de ochtend. Deze bom is gevonden op het terrein waar toen de boerderij van de familie Prins stond. Dit pand is totaal verwoest en ook niet meer opgebouwd. Het is Bert Schieven onbekend of er naast deze blindganger nog meer bommen zouden kunnen liggen.
Deze luchtaanval viel onder de operatie Plunder, waar onder meer de opmars vanuit Duitsland naar de oude IJssel een onderdeel van was. Deze operatie kwam uiteindelijk op 30 maart tot een eind.
In Zelhem werd als doel een Duits hoofdkwartier genoemd, dit is absoluut fout, aldus Schieven. In het dorp Zelhem zat op dat moment geen Duits hoofdkwartier.
De aanval werd uitgevoerd door negen vliegtuigen van het type Hawker-Typhoon van het 197 Squadron 2 Tactical Air Force. Dit was een Britse eenheid die een beetje als vliegende artillerie beschouwd kan worden. Zij vielen voor het front uit werkelijk alle doelen aan. Ze waren opgestegen vanaf vliegveld B-89 Kuilen-Mill, dit is ten zuiden van Nijmegen. Tijdens de aanval werden er achttien stuks 500 ponder bommen afgeworpen.
Omdat de bevolking van het dorp al grotendeels een veilig heenkomen had gezocht onder familie en of kennissen buiten het dorp waren er deze aanval gelukkig geen dodelijke slachtoffers te betreuren.










