Dit gedicht des Achterhoeks speelt zich af in New York City. Over twee Achterhoekers die daar voor het eerst waren.
Manhattan
De stad benam ons eerst de adem
Al gauw ademden we vrijuit mee
De hele wereld in een blender
Op een filmdoek in 3D
Een hectare Mama Mia
Tegelbodemgridrivieren
Koffie links smartphone rechts
Claxons bedelen bankieren
En toen vroeg jij
Een uur alleen te mogen
Tuurlijk, achttien was je
Maar opeens leek je veel kleiner
Een jongen op te grote schoenen
Echt dezelfde maat als mijne?
Onder King Kongs toren liet ik je gaan
De brede vijfde zoog je mee
In een diner zag ik een film
Over een jochie, een gangster
Een agent en gelukkig een fee
Natuurlijk kwam je terug
Met verhalen in je ogen
En een net iets zekerder stap
Weer wat verder de wereld in
Het touw dat al steeds dunner werd
Dat touw nu bijna geknapt
Voor jou nu de ruimte
Voor jou nu de tijd
Voor eeuwig dicht bij me
Maar vandaag is het wennen
Raak ik je toch iets meer kwijt