Oerend Smart | Gierzwaluwen

  Column

Sommige laatjes in je geheugen blijven altijd open staan. Dat zijn de laatjes met de ingrijpende gebeurtenissen. In de wereldgeschiedenis: Waar was je toen je het nieuws hoorde op 9/11? (In de auto tussen Doesburg en Zutphen). Op het persoonlijke vlak: Waar was je toen je hoorde dat je opa was overleden? (In een telefooncel in Wales). Je wéét het niet alleen: je ziet jezelf daar nóg in dat verlaten landschap bij die ene blinkend rode telefooncel staan.

En dat je nog weet waar en wanneer je voor het eerste dat ene mooie nummer op de radio hoorde: de Sparks met Never turn your back on Mother Earth. Onmogelijk om niet te onthouden.

Waar en wanneer je voor het eerst een kleine ijsvogelvlinder zag: in de Kruisbergse Bossen bij Doetinchem, begin jaren negentig.

Waar en wanneer je voor het eerst gierzwaluwen hoorde: in Amsterdam, lang geleden, ik was vijf of zes.

Ik hoorde ze, ik zag ze niet. Was wat dat voor gek schril geluid? Mechanisch of natuurlijk?

Vogelaar (en stadsecoloog van Amsterdam) Remco Daalder schrijft dat hij zich van slechts één vogelsoort herinnert wanneer hij die voor het eerst waarnam. Het boek waarin dat staat, heet De gierzwaluw. Die vogel doorklieft je geheugen.

Soms zeggen mensen het zomaar, uit zichzelf. Een vrouw uit Vorden, vorige week: ‘Mijn lievelingsvogel is de gierzwaluw.’ We hoorden of zagen er op dat moment geen. Wel twee boerenzwaluwen.

Gierzwaluwen vliegen boven en dwars door de stad waar ik woon, zonder ooit te botsen. In het oude deel van Vorden zitten ze ook, vertelde ze. Goed om te horen. Ze nestelen onder dakpannen of in speciale gierzwaluwkasten.

Magische vogels zijn het. Ze zetten sowieso nooit een poot op moeder aarde. Wanneer ze als jong hun nest eenmaal hebben verlaten, maken ze alleen nog landingen als ze zelf jongen hebben en voedsel aandragen. ‘Landingen’ is een groot woord. Het gaat in een razend tempo. En om dat voedsel – insecten – te verzamelen, kijken ze niet op een paar kilometer meer of minder. Ze slapen terwijl ze vliegen, heerlijk moet dat zijn. Overwinteren doen ze ver weg in Afrika.

Gierzwaluwen verblijven maar kort in Nederland, het gros is hier van medio mei tot eind juli. Zodra je de eerste groepjes ontwaart, besef je: de zomer gaat beginnen. Zodra de laatste weer weg zijn, besef je: de zomer gaat voorbij. En je denkt: kon ik maar meevliegen met de zomer naar het zuiden. Niet in een vliegtuig, maar met de zwaluwen.

Boeren- en gierzwaluwen zijn trouwens geen directe familie. Dat zie je aan hun bouw: gierzwaluwen zijn nóg gestroomlijnder. Ze doorklieven de lucht.

Boven de IJssel zijn de avondluchten deze maand prachtig. Op een zaterdagavond zag ik het vanuit de verte, ik kwam vanaf het oosten aan. Het zou niet lang meer duren, de zon was bijna onder. Op m’n allersnelst fietste ik erheen. Ik arriveerde net op tijd. Bloedrood, grijsblauw, met geen pen te beschrijven.

Als hoogtepunt van het magistrale schouwspel scheerden twee gierzwaluwen vlak boven mijn hoofd de nacht in.

In de columns van journalist Sander Grootendorst staan mens en natuur centraal

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden