Coronacolumn Josée Gruwel | ‘Eerst zien, dan geloven’

  Column

Onze 99-jarige moeder durfde niet meer te hopen. Hoe wij – de vijf kinderen – haar er ook van probeerden te overtuigen dat op dinsdag 19 mei bij de persconferentie door de regering gezegd zou worden dat de bezoekregeling voor verpleeghuizen versoepeld zou worden. Ze geloofde er niet in. “Ik hoop niet meer”, zei ze aan de telefoon. Haar stemming grensde aan het verliezen van de moed.

Vol spanning keek ik die avond naar de tv. En ja, aan het eind van de betreffende uitzending kwamen de verpleeghuizen aan bod. En ja, een van de meest schrijnende, rigoureuze maatregelen in deze coronacrisis werd versoepeld. De maatregel die in mijn beleving op deze manier nooit genomen had mogen worden, omdat juist oude mensen zich pas ten diepste veilig voelen als hun man, vrouw, dochter, zoon of een ander geliefd persoon kan komen en bij hen is.

Ma vond de regeling onbegrijpelijk, en wij met haar. “In mijn appartement komen minstens twintig verzorgers, stagiairs, vrijwilligers en ook een jongere met een bijbaantje over de vloer”, vertelde ze. “Die minstens twintig gaan 's avonds allemaal naar huis. Veel van hen hebben een gezin, doen ook boodschappen, en lopen als ieder ander gevaar om besmet te worden en ons te besmetten. En jij, die voor de coronacrisis elke dag kwam en mij veiligheid geeft en helpt met allerlei klusjes, dus de zorg ook nog ontzorgt, jij die ook nog eens leeft als een kluizenaar, mag niet komen.”

Gelukkig. Het bizarre bezoekverbod is nu deels voorbij. Per 25 mei en ten laatste per 15 juni gaan ook de deuren van Schavenweide in Doetinchem beperkt open voor een vaste bezoeker die – onder voorwaarden – mag komen.

Opgelucht belde ik die avond ma op. “Eerst zien, dan geloven,” zei ze. Van blijheid was geen sprake.

De volgende dag, op 20 mei, de dag dat ze 73 jaar geleden met onze pa trouwde, stond ze op het antwoordapparaat. Geëmotioneerd vertelde ze dat een van de verzorgenden haar zonet vertelde dat ik maandag weer mocht komen.

Maar die goedbedoelde boodschap klopte niet. Maandag zou er met man en macht in het verpleeghuis gewerkt worden aan een bezoekersprotocol. Ik informeerde haar hierover. Weer wachten, zuchtte ze.

Onze dappere, wijze ma, ze doorstond tot dan toe lange, soms heel bange uren. “Dit is erger dan de oorlog”, sprak ze. “De oorlog, waarin we thuis inkwartiering hadden, maar ik wel gewoon naar mijn werk kon en het niet voelde alsof ik van mijn persoonlijke vrijheid was beroofd.” Ze vertelde wat het wekenlang zitten op de kamer met haar deed: “Mijn lichaam is achteruit gegaan, maar mijn geest ook.” Ze kreeg lichamelijke klachten die ze nooit eerder had en iets van wantrouwen had zich over haar meester gemaakt. “Dat laatste wil ik helemaal niet. Dat steeds op mijn hoede zijn past niet bij me en ik wil dat kwijt.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden

Nieuwsoverzicht

Meer berichten