Stromen

Het land overstroomt en ik dompel me onder in liefde. Suis onbesuisd zuidwaarts over een deel van de A2 dat nog open is en onbedreigd. Het ritme van de ruitenwissers varieert zodanig dat ik vanzelf alert blijf. Op de radio breekt een stem tegelijk met de Valkenburgse brug die water te lang tegen zich voelde beuken. Op een filmpje zag ik een paard dat niet zwemmen kon in deze wildwaterbaan, met de stroom mee zag ik het ondergaan. De ijskappen smelten en het beeld verhardt, de oorzaak is helder en de lucht op zwart. Aan het eind van mijn route wacht een bruidspaar dat buiten had willen trouwen, wat hen drijft is in niets te vergelijken met wat elders dobbert.

Met een paraplu van verhalen komt ik droogvoets binnen, in mijn speech krabbel ik nog wat klimatologische zinnen. Over het gevoel van drijven kunnen. We laten de zon binnen schijnen en de realiteit even verdwijnen. Tot naderhand op mijn telefoon vanuit de vliegtuigstand een ander onheilsbericht landt. Over wie monddood gemaakt, midden op straat, nog altijd in mijn hoofd met karakteristieke stem doorpraat. De radio speelt op de terugweg een lied over het terugdringen van de rivier en ik denk aan de tranen die ons land plengt. Aan hoe dat het waterpeil omhoog brengt.

Dit weekend wordt ons meisje twee, terwijl een ander zinloos nooit meer ouder worden mag. Stil besef, hard gelag. Zandzakken hopen zich tegen drempels op en wij kochten vijftig kilo speelzand om aan te duwen in vormpjes van plezier. Zij zijn op drift en wij nog altijd hier. Keuvelend in een hoger gelegen bed, en aan lagerwal hebben ze wellicht nog net iets van de begane grond gered.

Er reizen mensen naar de stad om bloemen te leggen en gedempt te praten, er zwemmen restjes geluk en auto’s door de straten en ik kan het niet laten; tranen met tuiten in het water weerspiegeld te zien, te blijven hopen dat het ergens iets zal betekenen misschien. Dat vanuit de diepte aan de oppervlakte zal komen waarom het maar niet wil stoppen met stromen.

Hier kabbelt alleen zomerrust tegen de deuren aan, twijfelen we het bad nog op te zetten voor we verhuizen gaan; vorig jaar deed nonchalance het groen uitslaan. Ik voel er sinds deze week niet veel meer voor een waterlandschap in de tuin te creëren, het doet me denken aan wie dat onvrijwillig overkwam; wie stromend tot stilstand kwam. We bouwen een dijk van schaduw en nemen in de nieuwe zandbak plaats, scheppen hoorntjes met krakende bolletjes vol. Hebben - na een per ongeluk hapje - dorst, maar wensen om droogte. Het land loopt over en onder en wij wensen om een wonder.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden