Hendrika Oldenhave en Albert Vos met hun kinderen en de winkelhulpen. Archieffoto uit ca. 1919
Hendrika Oldenhave en Albert Vos met hun kinderen en de winkelhulpen. Archieffoto uit ca. 1919

Een mens leeft niet van brood alleen

En meer artikelen in de nieuwste Um Zellem

ZELHEM - Vijftien bakkers- en kruidenierszaken, alleen al in het dorp Zelhem! Het was een veelvoorkomende combinatie tot aan ca. 1950. Elke winkel had zijn eigen klantenbestand met vaak nog een andere inkomstenbron erbij. Aan de hand van de memoires van Hendrika Oldenhave en de foto’s van Gerrit-Jan Bessem worden lezers meegenomen, terug in die tijd. Hoe Hendrika bijspringt in de bakkerij annex kruidenierswinkel van haar tante Mies Oldenhave. Tante Mies was daarnaast actief in het verenigingsleven en zeer sociaal bewogen. Hoe mooi is het dat op de plek van het voormalige woonhuis van Tante Mies een sociale ontmoetingsruimte komt voor jong en oud, onder de naam Tante Mies!

In de nieuwste uitgave van Um Zellem is er ook aandacht voor kunstzinnige Zelhemmers. Zelhem was en is nog steeds de thuisbasis en de inspiratiebron voor veel kunstenaars, zowel met het penseel als met de pen. In dit nummer besteedt Marian Oosterink aandacht aan Herman Knaake, Gijsbertus Derksen en Willem Bouwmeester die als schilder actief waren aan het eind van de 19e eeuw. Willem Bouwmeester was vooral gefascineerd door stoomlocomotieven. Het Nederlands Spoorwegmuseum in Utrecht bezit maar liefst dertig schilderijen en tekeningen van hem. Bouwmeester was in de eerste plaats leraar op het Lyceum in Doetinchem en hij had ook een aantal wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Zijn vader Johannes Cornelis Bouwmeester was hoofdonderwijzer aan de openbare lagere school in Zelhem en hij schreef meer dan twintig kinderboeken. Ook vader en zoon Jan Antonij Klokman en Gerrit Jan Klokman waren onderwijzers. Gatjan, zo werd hij in Zelhem genoemd, verhaalde over Achterhoekse folklore, gebruiken en over Hendrik-eume. Het gedicht Vooruit! van J.C. Bouwmeester siert de vaste plek voor gedichten aan de binnenzijde van het omslag van Um Zellem.

Om de kunst uit en over Zelhem onder de aandacht te brengen en te bewaren voor komende generaties is in 2005 de Culturele Atlas Zelhem in het leven geroepen. De werkgroep heeft door de jaren heen veel kunstwerken aangeschaft. Een deel van de collectie is permanent te bezichtigen in museum Smedekinck, maar ook in het gemeentehuis in Hengelo en in notariskantoor Blankestijn in Zelhem. Er zijn regelmatig exposities te bewonderen in het museum en op de bovenverdieping van de bibliotheek in Zelhem.

Interessant is ook het artikel van Wim Eenink over het vroegere treinstation Wolfersveen. Dit stationnetje werd precies een eeuw geleden geopend voor personenvervoer. Frank de Fremery speelde daarbij een belangrijke rol. Hij was directeur van de Deli-Batavia Maatschappij in Amsterdam en sinds 1921 ook eigenaar van boerderij de Baakschekamp. Een kaskraker is station Wolfersveen nooit geworden. In 1937 werd het personenvervoer alweer gestaakt. Maar bijzonder was het wel, dat stationnetje zo midden in het bos.

Het dialectverhaal in Um Zellem is dit keer geschreven door Gert Overbeek. Het gaat om de herbergier van ‘t Gouden Haam en drie van zijn bijzondere gasten. In de rubriek Toen en nu staat het voormalige Stationskoffiehuis aan de Dr. Grashuisstraat centraal – nu bekend als Thuus bi-j Teun.

Um Zellem is te koop bij de Read Shop en bij museum Smedekinck als het naar verwachting op 1 juni weer open gaat.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden