Peuterjuffrouw wordt nog heel vaak aangesproken met eretitel: juf Arendsen
<p>De kinderen van Hummeloord waren geschminkt en verkleed tijdens feesten, ’s zomers, in de grote tuin. Juf Arendsen droeg een rode hoed. Eigen foto</p>

De kinderen van Hummeloord waren geschminkt en verkleed tijdens feesten, ’s zomers, in de grote tuin. Juf Arendsen droeg een rode hoed. Eigen foto

Peuterjuffrouw wordt nog heel vaak aangesproken met eretitel: juf Arendsen

Peuterklasje Hummeloord 50 jaar

Door Helma Snelooper

HUMMELO - Op 5 januari 2021 is het feest in Hummelo. Dan bestaat peuterklasje Hummeloord vijftig jaar. Het klasje werd opgericht op 5 januari 1971 door mevrouw A. Arendsen-Janssen, die vanaf dat moment door iedereen ‘juf Arendsen’ werd genoemd. En zo staat ze nog steeds bekend in Hummelo en wijde omtrek, zelfs nu ze negentig is. Of ze nu een wandeling maakt door de Greffelinkallee, in een taxi zit, ergens op bezoek is, nog heel vaak wordt ze aangesproken met die eretitel: juf Arendsen.

Door mensen die nu volwassen zijn en als kind in het klasje hebben gezeten. Vaak hebben ze nog levendige herinneringen aan die tijd. Aan de warme aandacht, de huiselijke sfeer. Soms hebben ze zelf kinderen die ook weer naar het klasje gaan.
Natuurlijk is er in al die jaren veel veranderd. Het peuterklasje heet nu peuterspeelgroep de Woordhof, maakt deel uit van Stichting Spelenderwijs en is gevestigd in Openbare Basisschool de Woordhof.

Juf Arendsen groeide op in Velswijk op de boerderij in een warm gezin.
Als ze niet te vinden was werd zus Jenny erop uitgestuurd. Die wist precies waar ze Ali moest zoeken: achter het huis. Daar speelde ze schooltje. De planken van het kippenhok waren de kinderen. Met een aanwijsstok hield Ali ze bij de les.

Op een dag stond er een annonce in de krant. Er was een vacature op de kleuterschool in Zelhem. Ali schreef een brief en daarop kwam mevrouw Diephuis van het bestuur naar de boerderij. Ali vertelde vol vuur over haar wens om kleuterleidster te worden. “Wil je het ZO graag ?!”, vroeg mevrouw Diephuis. “Dan zoeken we niet verder. Je bent aangenomen.”

Juffrouw Janssen. Zo werd ze door de kleuters genoemd. Met hart en ziel werkte ze vijf dagen per week op de kleuterschool. Als ze de kinderen had uitgezwaaid sprong ze op de fiets en trapte ze naar Doetinchem. Daar was in 1952 een avondopleiding voor onderwijzers in het kleuteronderwijs gestart aan de Groen van Prinstererschool. Het kleuteronderwijs was in opmars. Daarvoor bestond het bij de gratie van liefdadigheid door kerken en kloosters. Men sprak van ‘bewaarschool’, dacht dat het erom ging kleuters een beetje bezig te houden. Maar in de loop van de tijd veranderde dat. Er kwam steeds meer oog voor het belang van de eerste, vormende jaren van een kind. Ministers dienden wetsontwerpen in om het kleuteronderwijs te verbeteren. In 1956, toen de Nieuwe Onderwijswet van minister Cals door de Kamer was goedgekeurd, werd het kleuteronderwijs als volwaardig onderwijs erkend.

Juf Arendsen werkte en studeerde middenin die bruisende tijd. Iedere ochtend stond ze om half zes op om haar lessen te leren en dan bracht haar moeder haar een boterham met een vers gekookt ei. En omdat ze door weer en wind naar de opleiding moest fietsen kocht haar vader haar echte leren laarzen. Ze liep stage op kleuterscholen in Doetinchem en Arnhem en werkte in de weekenden aan teken en boetseeropdrachten. In 1954 werd haar de Akte voor Onderwijzers bij het Christelijk Kleuteronderwijs uitgereikt. Ze was nu gediplomeerd kleuterleidster en kreeg een vast contract bij de Prinses Marijke Kleuterschool.
Die was inmiddels gevestigd in een gloednieuw, houten gebouw. Tot dan toe werd er school gehouden in het lokaal van de Protestantenbond. Elke zaterdag moest het meubilair eruit, want op zondag deed het lokaal dienst als kerk. ‘s Winters was het er niet warm te stoken. Men besloot een eigen school te bouwen. Er werden acties gehouden, toneelverenigingen gaven gratis voorstellingen. Bedrijven leverden hun materialen goedkoop, vaders hielpen mee met de bouw.

Er stond een erehaag van kleuters bij de Lambertikerk. Het was 1957, juffrouw Janssen ging trouwen. Vanaf nu heette ze mevrouw Arendsen. Haar man kwam uit Zelhem en had een goede baan als administrateur bij de Coöperatieve Landbouw Vereniging in Hummelo. Toen hij daar vertelde dat hij trouwplannen had, werd hem een woning in Hummelo aangeboden, aan de Dorpsstraat.
In die tijd was het de gewoonte dat vrouwen na hun huwelijk stopten met werken. Weliswaar had Tweede Kamerlid Corry Tendeloo een motie ingediend om daar verandering in te brengen, maar dat moest z’n weerslag nog vinden in het dagelijks bestaan. Het echtpaar Arendsen kreeg een dochter en een zoon en hoewel dat haar kinderwens vervulde, miste juf Arendsen haar werk als kleuterleidster ontzettend. Toen de kinderen wat groter waren nam ze het initiatief tot het oprichten van peuterklasje Hummeloord.

In de jaren ’70 ontstonden de eerste peuterspeelzalen. Juf Arendsen vroeg zich af of ze zoiets in Hummelo zou kunnen ontwikkelen voor kinderen tussen tweeënhalf en vier jaar. Ze sprak erover met de huisarts, dokter van Donselaar. Toeval bestaat niet: op dat moment was daar net de vrouw van de nieuwe burgemeester, die een fijne plek zocht waar haar driejarige zoon in contact zou kunnen komen met leeftijdsgenoten. Zij raakte meteen enthousiast. “Het eerste kind heeft u al binnen!”, zei dokter van Donselaar.

Juf Arendsen plaatste een advertentie in de ‘Hessenkoerier’ en dacht: “Als ik vijf aanmeldingen heb ga ik beginnen.” Tot haar verrassing meldden meteen al acht ouderparen hun kind aan. Toen moest er van alles worden gekocht: krukjes, kapstokken, een kindertoilet. Dochter en zoon doneerden hun oude speelgoed en het gezin bracht een bezoek aan de Nienhuis Montessori fabriek om verantwoord spel- en ontwikkelingsmateriaal uit te zoeken. De woning werd ingericht als peuterklas met een bouwhoek, een knutselhoek, een leeshoek, een ontwikkelingshoek, een poppenhoek. Op het tegelplein was een zandbak en de kinderen konden er rondrijden met fietsen, trapauto’s en speelgoedtractors. In de tuin kwamen klimrekken en glijbanen. De peuterklas begon met acht kinderen, twee ochtenden per week.

Op dinsdag- en donderdagochtend stapten de kinderen de peuterklas binnen en dan stond juf Arendsen bij de deur om ze te begroeten. Er was volop ruimte voor de verhalen van de kinderen en hun ouders. In het klasje stond het spel op de voorgrond, maar ook de taalontwikkeling, het herkennen van kleuren, het leren van versjes, het ontwikkelen van het ritmisch gevoel, tekenen, plakken, kleien en knutselen kwamen aan bod.

Dokter van Donselaar bleef zijn betrokkenheid tonen. Als er ouders bij hem kwamen van wie de kinderen wat extra aandacht nodig hadden, adviseerde hij het klasje te bezoeken.
De meeste kinderen reageerden goed op de veilige, huiselijke sfeer en de omgang met leeftijdsgenoten, ook peuters met een taalachterstand, ADHD of een vorm van autisme. Bij ieder nieuw kind dat werd aangemeld ging juf Arendsen op huisbezoek.

Al snel kwamen er zoveel aanmeldingen dat het klasje vier ochtenden per week draaide. Er was een groep op maandag- en woensdagochtend en een groep op dinsdag- en donderdagochtend, allebei met twaalf kinderen. Om de individuele aandacht te waarborgen werden stagiaires van de opleiding Kinderverzorging/Jeugdverzorging (KVJV) ingeschakeld. Ouders boden spontaan hun hulp aan en zo ontstond een pool van enthousiaste vrijwillige ouders die op toerbeurt in het klasje assisteerden.

De betrokkenheid van ouders was hartverwarmend. Zowel vaders als moeders hielpen spontaan met het maken, repareren en onderhouden van het materiaal. Er werd intens meegeleefd door de ouders en ook door het gezin Arendsen. Aan de eettafel werd de naam ‘Hummeloord’ bedacht. Vader Arendsen hielp met het klaarzetten van meubeltjes en materialen, ’s ochtends vroeg, voor hij naar zijn werk ging. Hij stelde de nieuwsbrieven voor de ouders op en de berichten voor de ‘Hessenkoerier’. En elke maand was er een nieuwe editie van het blad ‘Hummelwoord’, waarin kindertekeningen, versjes, bijzondere gebeurtenissen en de laatste nieuwtjes werden geplaatst.

Nu nog wordt er gesproken over de feesten, ’s zomers, in de grote tuin. In de bomen hingen slingers en lampionnen. De kinderen waren geschminkt en verkleed en aten pannenkoek aan lange tafels in het gras. Ook over de uitstapjes naar Zandewierde raken de peuters van toen niet uitgepraat. Op een boerenwagen, die van tevoren met z’n allen was versierd, maakten juf, kinderen en hun ouders een rondrit door Hummelo, toegezwaaid door de mensen op straat. Op Zandewierde brachten de kinderen een heerlijke dag door. Ze mochten ponyrijden, maakten contact met dieren en konden naar hartenlust ravotten.
Sinterklaas sloeg de peuters van Hummeloord niet over. Hij bezocht ze in het Wissel. Ook ouders, broertjes en zusjes waren dan welkom.

De ouderavonden die juf Arendsen organiseerde werden goed bezocht. De juf nodigde sprekers uit. Zo kwam een logopediste vertellen over de taalontwikkeling van peuters, een dierenarts gaf informatie over het contact tussen kinderen en huisdieren. Er kwam een tandarts met kennis over het kindergebit, een pedagoge die vragen over opvoeding beantwoordde. De Werkgroep Kind en Ziekenhuis verzorgde een voorlichtingsbijeenkomst. De avonden gaven volop gespreksstof.

Inmiddels waren in Drempt en Laag-Keppel ook peuterklasjes ontstaan, zoals ‘’t Drempeltje’ en ‘Keppeltjeshoek’. Deze vielen onder het beheer van de ‘Stichting Peuterspeelzalen Hummelo en Keppel’. De stichting deed herhaaldelijk een beroep op juf Arendsen om zich aan te sluiten. Zij ging daar niet op in, omdat zij waarde hechtte aan de zelfstandige positie van het klasje. Ook de ouders wilden graag de identiteit van het klasje bewaren, zij zagen dat hun kinderen gelukkig waren in de huiselijke omgeving.

In 1976 verleende de gemeente Hummelo en Keppel juf Arendsen een eenmalige aanmoedigingssubsidie. Ze kwam niet in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie omdat ze niet voldeed aan de voorwaarden voor de interim-rijksbijdrageregeling voor peuterspeelzalen. Daarvoor moest je aangesloten zijn bij een stichting. Juf Arendsen werkte op vrijwillige basis, nieuw spel- en ontwikkelingsmateriaal werd aangeschaft van de ouderbijdrage en het oud papier dat de ouders voor het klasje spaarden. De groepen konden klein worden gehouden en ouders betaalden een schappelijke vergoeding.

In 1992, toen haar man met de VUT ging, besloot juf Arendsen minder te gaan werken. Aan vier ochtenden peuterklas, organisatie en administratie had zij een dagtaak. Dit keer gaf zij gehoor aan de roep zich aan te sluiten bij de stichting. Dat maakte het mogelijk salarissen uit te betalen aan de nieuwe leidsters. Organisatorische zaken werden haar uit handen genomen. De peuterklas verhuisde naar het Wissel.

In 1993 is juf Arendsen gestopt, na tweeëntwintig en een half jaar peuterklas. Hierna hebben verschillende leidsters de peuterklas draaiende gehouden waaronder juf Wilma Lovink, waarmee juf Arendsen altijd een warm contact is blijven onderhouden.

In 2009 is de peuterklas verhuisd naar basisschool De Woordhof. Hoeveel er ook is veranderd in al die jaren, de geest van het klasje is bewaard gebleven. Nog steeds wordt er gewerkt vanuit een visie van persoonlijke aandacht en betrokkenheid.
En mevrouw Arendsen.. die zal altijd ‘juf Arendsen’ blijven. Ze geniet ervan als mensen haar aanspreken en herinneringen aan de peuterklas met haar delen. Met het oprichten van peuterklasje Hummeloord heeft juf Arendsen zich een warme plaats verworven in Hummelo en wijde omtrek.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden