Bronkhorst

Of het klopt dat ik hier niet in het hotel verblijf, vraagt de serveerster. Dat klopt. Ik ben deze woensdagavond zomaar neergestreken op één van de terrassen in Bronkhorst. De avondzon schijnt over de klinkers van het kleinste stadje van Nederland. De cappuccino is hier uit de kunst, maar wat vooral opvalt, is de rust. De intense stilte. De enkele auto die er langskomt, rijdt stapvoets. Er is amper een fietser te bekennen. Wandelaars lopen fluisterend voorbij.

Nooit eerder zat ik hier op het terras. Toch ben ik hier door de jaren heen regelmatig geweest. Het kerkje, de kleine winkeltjes, de plek waar jarenlang het Dickens Museum te vinden was, het is allemaal bekend terrein. Als kind wist ik hier de weg al. Later kwam ik er soms met de fiets doorheen. Vaker eromheen, over de dijk. Ik was hier eens met de boekpresentatie van boer Jos. Maar ik was er nog nooit zoals nu. Zoals deze avond. Zelden viel me de rust hier zo op.

Nou is het niet zo dat ze het hier momenteel niet druk hebben. Integendeel. De plaatselijke herberg is al weken volgeboekt. Met name overdag struinen toeristen hier door de straatjes. Mensen zijn op zoek naar rust en ruimte in eigen land en dan scoort het hier hoog. Het stadje an sich is prachtig en het is een mooie uitvalsbasis om de Achterhoek en – aan de andere kant van het water – de Posbank en de Veluwe te verkennen.

Na zo’n uitstapje in de regio is het op dit terras zeer goed vertoeven. De kaart biedt volop keus. De mensen aan de tafel naast mij doen zo lang over hun lokaal gebrouwen speciaalbiertje dat ze wel vakantie móéten hebben. Ze wisselen geen woord alsof ze elk stukje stilte maximaal in zich op willen nemen. Waar zouden ze vandaan komen? Ik durf de stilte niet te onderbreken. Als mijn koffie op is, reken ik af en loop ik richting het water van de IJssel.

Je kunt hier midden op straat lopen. Dat doen de toeristen dan ook en ik voel me deze avond een beetje toerist. Daarbij is er niet eens een stoep. Ik groet twee wandelaars, steek de dijk over en loop via de lange asfaltweg naar de pont. Aan de rivier maak ik een foto van de ondergaande zon, die het water als spiegel gebruikt. De pont is voor vandaag gestopt met varen. Een visser gooit zijn hengel in. Er is een personal training aan de gang. Twee jonge dames slingeren kettlebells door het avondlicht.

Terug door het stadje. De zon is ondergegaan en het is in de straatjes zo mogelijk nog een stukje stiller geworden. In de herberg brandt nog licht. Ik meen vast te stellen dat mijn buren van zojuist nog steeds aan hetzelfde biertje bezig zijn. Zij zullen hier vanavond slapen en wellicht daarna nog een nachtje. Misschien nog wel twee. Voor mij geen hotelkamer, maar het voelt al maanden als een voorrecht om in deze streek te mogen wonen.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden