Gerrit Wolsink (2e van links) tussen zijn familie in 1936. Foto: G. Wolsink
Gerrit Wolsink (2e van links) tussen zijn familie in 1936. Foto: G. Wolsink

Gerrit Wolsink in Kamp Wöbbelin omgekomen

75 Jaar Bevrijding

Door Willy Hermans

HENGELO - Op 1 april 1945 is Hengelo bevrijd, maar wat gebeurde er in die maanden erna? Wekelijks volgen we met behulp van krantenknipsels en archiefstukken de loop van de gebeurtenissen na de bevrijding.

Hengelo, 28 mei – 3 juni 1945
Van Gerhard Hendrik (Gerrit) Wolsink ontvangt de familie in de loop van mei 1945 het bericht dat hij 'aan ondervoeding' in een kamp in Wöbbelin (onder Schwerin, ongeveer 200 kilometer van Berlijn) is overleden. Gerrit Wolsink werd op 14 oktober 1916 geboren en woonde bij zijn ouders op het adres D40, het huidige Veermansweg 4 op Bekveld. Tijdens de oorlog verbleef ook Koos Postema als klein jongetje tijdens zomervakanties op deze boerderij om aan te sterken.

De rustige en bescheiden Gerrit werkte als knecht bij bakker Harmsen (de mölder) en in zijn vrije tijd repareerde hij radio’s. In 1936 werd hij opgeroepen voor militaire dienst en werd geplaatst bij het Regiment Genietroepen, 11e bataljon, waar hij de opleiding tot radiotelegrafist voltooide. Als radioamateur een mooie opsteker. Tijdens de mobilisatie in 1939 werd Gerrit opnieuw opgeroepen. Zijn kennis en liefde voor de radiotelegrafie zou later in de oorlog nog een grote rol gaan spelen.

Verzetsgroep Zutphen
Gerrit was tijdens de oorlog lid van een verzetsgroep uit Zutphen en werkte als marconist voor de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij was in het bezit van een geheime zender waarmee hij in verbinding stond met bevrijd gebied (Nijmegen en Eindhoven). Hij kreeg de berichten door van koeriersters. Hij hoorde bij Gewest 5 Achterhoek met als commandant W.A. van der Wall Bake uit Vorden. De berichten die verzonden werden, hadden onder andere betrekking op de posities van het Duitse leger en de plaatsen waar treinen stonden met oorlogsmateriaal. Aan de hand daarvan bombardeerden geallieerde vliegtuigen, bijvoorbeeld een munitietrein in Zutphen. Uiteraard waren de Duitsers erop gebrand om dit soort zenders uit te schakelen. Een radiozender bedienen was zeker in die tijd zeer gevaarlijk werk.

Verraad
Op 30 december 1944 rond 19.00 uur viel een 25-tal Duitse militairen en Landwachters de woning binnen. Gerrit was al gewaarschuwd door Jan Huurnink van de verzetsgroep in Zutphen, maar dook niet onder omdat hij bang was dat zijn vader dan werd meegenomen.

Uit een aflevering van de tv-serie ‘Oorlogsgeheimen’ kwamen nieuwe feiten naar boven. De verzetsgroep bleek al een tijd lang te zijn gevolgd door de Duitsers, mogelijk op de hoogte gebracht door een infiltrante, mej. J. de Wit uit Velp. Tijdens een gesprek, ná de uitzending, heeft de zus van mej. De Wit verklaard dat haar zus hier niets mee te maken had.
Alle aanwezigen moesten van half 8 tot half 12 met de handen omhoog blijven staan. De mannen werden vastgebonden. Ze werden door twee militairen bewaakt, de rest doorzocht het huis. Op zolder werd de radiozender van Gerrit gevonden. Hij werd in een auto weggevoerd naar een villa in Barchem. Tevens werden enkele radio-onderdelen in beslag genomen.

Kamp Wöbbelin
Op 1 januari 1945 werd Gerrit overgebracht naar de gevangenis De Kruisberg bij Doetinchem. De familie heeft hem één keer schone kleren kunnen brengen. Op 1 februari werd hij op transport gesteld naar Neuengamme in Duitsland en op 12 februari naar een onderkamp in Reiherhorst. Daar moesten ze 500 meter verderop een nieuw kamp bouwen: Wöbbelin.

Het kamp heeft maar tien weken bestaan, maar kostte aan liefst 1000 gevangenen het leven. Door ontoereikende en onregelmatige voedselvoorziening, onbeschrijflijk slechte hygiënische toestanden en zonder medische verzorging stierven de gevangenen met honderden tegelijk. Het kamp bestond uit stenen barakken. Ramen zonder glas, geen bedden, geen licht, geen vloer. Alleen zand en overal insecten. Er was één waterpomp voor het hele kamp. Eenmaal per dag was er soep, elke dag een kilo brood, te verdelen over tien personen. Verbandmateriaal en geneesmiddelen ontbraken. De gevangenen ondergingen de onmenselijke en wrede behandeling van de SS.

Op 2 mei 1945 werd het kamp bevrijd door de Amerikanen. Een dag later overleed Gerrit Wolsink, na 124 dagen gevangenschap, op 28-jarige leeftijd. Hij werd vlakbij het kamp begraven.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden