Dick Groot Obbink uit Vierakker. Foto: Rik-Jan Onvlee
Dick Groot Obbink uit Vierakker. Foto: Rik-Jan Onvlee

‘De Tommy’s stoat op de komme’

De bevrijding van Vierakker

Voor ‘Een nieuwe tijd! Wederopbouw in de Achterhoek’ vertellen (oud)-inwoners over opgroeien, werken en wonen in de Achterhoek in de periode 1940-1965. Dit verhaal over de heer Dick Groot Obbink is geschreven door Dinie Wagenvoort, op basis van een oral history-interview afgenomen in september 2019. Beiden wonen in Vierakker.

Het was tweede Paasdag 1945 in Vierakker, toen geallieerde troepen arriveerden. Even later vonden verderop zware gevechten plaats met het verliezende Duitse leger.

“Het waren Engelse soldaten die op de uitkijk stonden, in een bocht aan de openbare weg. Ik zag ze vanuit onze boerderij aan de Koekoekstraat. Toen kwam de buurman hier, die zei: ‘De Tommy’s stoat op de komme’. Dat hadden wij ondertussen ook wel gezien. Die stonden daar een beetje te koekeloeren met hun kijkertjes. Dat was een verkenningseenheid van één of ander Engels bataljon. Ze waren bij de smederij van Besseling met daarnaast een boerderij van de familie Wuestenenk. Daar hadden zich twee Duitse fanatiekelingen verschanst.

Er kwamen toen ook Canadezen vanuit Wichmond, Vorden en Zelhem, die hebben toen grote gevechten geleverd verderop. Maar die verkenningseenheid stond hier, die deed niet mee aan het geweld. Die keken toe. De Canadezen knapten het werk op. Het was een enorm geknal. Ze hebben het wel overleefd, die jongens deelden sigaretten uit, dat was natuurlijk wel bijzonder. Ik weet het nog wel. De buurman en jongens van Til, die kregen allemaal een pakje Player sigaretten. De oorlog was voorbij.

In de oorlogsjaren zelf ben ik naar school gegaan. Toen was ik zes jaar oud. Ik ging laat naar school, in april pas. Nu zou dat september zijn. Het was oorlogstijd. We kregen destijds een identificatieplaatje als we op school waren. Er werd gevraagd om deze alleen op school te dragen, in het geval van een bombardement of wat er dan ook plaats kon vinden. Het schoolgebeuren vond plaats onder omstandigheden die niet altijd even rustig waren.

Er werd dan ook aan de ouders gevraagd om een schuilgelegenheid aan te leggen. Deze werd met strobalen gebouwd, op het gedeelte achter het schoolplein. Daar kwam toen een schuilkelder, met zand bedekt. We hebben er misschien twee of drie keer gebruik van gemaakt, zoals toen er een luchtgevecht plaatsvond boven Zutphen. Dat is het enige wat ik mij daar nog van herinner, maar dat was zo ver weg, daar hoorden wij niks van. In 1943 schreven wij op een lei met griffel, daar werden sommetjes en taal op gemaakt. Er was geen papier, dat kwam er later pas. Dan moest je de bovenste regel ook gebruiken. We waren heel zuinig, ook na de oorlog, in 1945.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden