Portaal

Deze week begint alles weer; werk, school, ritme, minder snoepen, meer fruit, eropuit, ook als de zon niet schijnt. Bewegen, op tijd de vuilnisbak legen. Minder promillage, door de knieën bij bagage. Boeken lezen, opruimen, zomaar in het niets struinen. In het nu durven zijn, naast een gevuld aankleedkussen of op een lege dag. Doen wat mag. Proberen vast te houden terwijl je loslaat, in elke spagaat. Niet zomaar dingen opsommen als iemand vraagt hoe het gaat, vooral niet in lijstjes denken. Niemand expres proberen te krenken.

We bewogen ons de afgelopen dagen gewichtsloos tussen Kerst en Oud en Nieuw door, wars van volgorde en met lange ochtenden vol slaap. "Had ik deze sokken eergisteren ook al aan?" en "Is dit nu de lunch of het ontbijt?"

Het lijkt onnatuurlijk de schooltassen weer op te diepen en stof ligt huizenhoog op broodtrommels en drinkbekers. Of in elk geval in gedachten. Zo af en toe overviel me de paniek van iets vergeten te zijn, maar bij het openen van de digitale agenda bleek dat telkens mee te vallen. Dan maar even Googlen naar meer vakantie en kleine kinderkleertjes.

Volgens de site van de Prénatal is onze baby inmiddels een peuter, ik ben het daar niet mee eens. Zoals ik overigens ook niet accepteer dat mijn oudste dochter bescheiden boven mij uittorent en schoenmaat 41 beloopt. Het lijken minieme stappen, maar voor mij is het vele maten te groot. Zoals haar sneakers in de hal dat zijn; witte schuiten met scheuten rood en groen. Van de week samen in de uitverkoop gekocht, al waren deze natuurlijk net van de nieuwe collectie en te gaaf om te laten lopen.

"Kijk mam, ik heb de piek er zonder het krukje afgehaald." zegt ze stralend naast de lege Nordmann. In zijn gang naar buiten liet de boom meer naalden na dan hij in de kamer had gedaan, alsof ie in zijn afscheid pogingen deed alsnog te blijven. Straks gaan we samen het nieuwe jaar inlijven. Schenk jij de bubbels en steek ik de lonten aan, zullen we naar buiten gaan, hoofd in de nek en lichtjes in de lucht. Onze dochter krijgt tanden en kan de slaap niet vatten, de doffe knallen dempen haar geluid. Ze wil haar bedje uit.

De buren hebben meer fonteinen dan wij, het spoort mij aan nog harder te juichen om de babypijlen van mijn eigen kroost. Bij elke slok doen we een proost; kijk ons hier staan, zonder planning, met ruime lijven en volle harten. Het is nu al een mooi jaar, alhoewel niet daar.

Want in een ontvangsthal zonder zitplaatsen stond een bankstel, als foute schakel in een portaal naar de hemel. Met een zitvlak dat warm onder de voeten werd en een verduisterende rookpluim die de adem benam. En ondanks dat durf ik u toch het beste te wensen, juist omdat we weten wat het slechtste is.

Wees voorzichtig, houd elkaar vast, blijf nadenken en poog te dromen. En als het niet goedkomt, dan zal het anders komen. Ik wens u een mooi, of anders in elk geval behapbaar, nieuw jaar.

Meer berichten