Watten

Ik weet nog dat ik met een vriendin in november werd ingehuurd om de hele dag te blauwbekken voor de deur van een parfumerie, het was in de tijd dat je november nog met een hoofdletter schreef.

Mijn rechteroog bleef tranen van de snijdende kou en zo kwam mijn wit steeds door de zwarte schmink heen. De pruik jeukte en de maillot ook en we droegen donkere handschoenen. De vijftig verdiende guldens vonden wij aan het eind van de dag het afschminken meer dan waard. We dachten niet na over wie we kwetsten en niemand heeft ons erop gewezen.

Het was jaren geleden dat ik mijn oudste meisjes op de dag van zijn aankomst naar school bracht met twee zwarte rondjes op de wangen. Het was allerminst een statement, want volledig schminken vond ik sowieso teveel werk. Bovendien zien kinderen er na het afschminken altijd een week lang uit alsof ze teveel oog make-up op hebben gedaan. Ik dacht er niet over na en niemand heeft me erop gewezen.

Inmiddels heb ik er wel over nagedacht, ben ik nog steeds noch vooruitstrevend noch actueel, maar scandeert ons land al weken langs lijnen, in kranten, groepen en tijdens intochten en word ik thuis bevraagt.

"Het is toch onze traditie?", zegt mijn tienjarige. En dat mag zij zeggen, want ze is tien. Ze mag de rest napraten en een makkelijke verklaring voor een lastig probleem vinden, ze mag haar hoofd onbedoeld in het zand steken en bovenkomen met vegen op het gezicht.

Maar als ik haar zeg dat ze gelijk heeft in dat het onze traditie is maar dat het een ander kwetst, kijkt ze me vragend aan. En dan schets ik: "Een witte man, op een paard, waar je letterlijk tegenop kijkt, die op zijn wenken bediend wordt door honderden anderen, en die zijn allemaal donker."

Ze schrikt en slaat een hand voor haar mond, zo had ze het nog niet bekeken. En dat hoeft ook niet, want ze is kind. Toch hoop ik haar – ondanks naïef en niet weten – op te voeden met de traditie elkaar nooit moedwillig pijn te doen. "Ik denk trouwens dat je nooit helemaal zwart uit de schoorsteen komt, vooral een beetje vies", zegt ze daarna treffend.

"Maar dan herkent iedereen toch meteen de vader van die en die?", vraagt de oudste daarna. En dan denk ik aan hoe ik jaren geleden een juf zag transformeren in een paashaas, de kinderen waren erbij en vroegen zich na afloop af waar de juf toch gebleven was. Dus nee, ze herkennen de vader van die en die niet. Ze willen hem namelijk niet herkennen, ze willen feest en blij en lief en vrij.

En over een jaar of twee zijn wij daar weer bij, want er ligt hier een meisje vol verwachting in de box. Dus gaan we opnieuw; naar de kade, het station of in elk geval het schoolplein. En ik weet alvast welke vermomming ik daarvoor in huis halen zal; een zak met watten en huidvriendelijke lijm. Want als alle kinderen vanaf nu de Sint een handje helpen, hebben de Pieten tenminste ook eens een welverdiend dagje vrij.

Meer berichten