Foto: Nick Oostendorp

Column Luuk Stam - Amsterdam

Amsterdam

Of hij weet wie Tante Rikie is, vraag ik. Het antwoord weet ik al. Natuurlijk weet deze man dat niet. Ik laat hem op mijn telefoon een bericht van de NOS zien, dat meldt dat de 70-jarige festivaldirectrice van de Zwarte Cross afscheid neemt. De man haalt inderdaad zijn schouders op. Hij heeft geen flauw idee.

Ik zit al een tijdje naast deze meneer op een terras aan het Damrak in Amsterdam, de lange straat tussen het Centraal Station en de Dam. Langs dat terras gaat een onophoudelijke stroom van veelal buitenlandse toeristen. De man zit hier – net als ik – alleen. Hij zat er al toen ik kwam. Ik schat hem net zo oud als Tante Rikie.

Het duurt lang voordat we praten. Bij mijn aankomst hebben we elkaar goedendag geknikt. Nu lees ik een boek onder het genot van een biertje en ik heb het idee dat hij op zijn vrouw zit te wachten. Zij is vast even naar het toilet. Op tafel staan meerdere lege kopjes koffie en een leeg glas. Er komt echter geen vrouw en de man maakt ook totaal geen aanstalten om te vertrekken.

Vanaf onze plekken is het hele terras in één oogopslag te overzien. Zo is er zicht op alle gasten die arriveren, vertrekken of het bijbehorende eetcafé binnengaan voor een toiletbezoek. De man blijkt hier veel mensen te kennen. De één na de ander groet hem. Hij wenkt sommigen voor een drankje, maar allemaal bedanken ze vriendelijk en lopen ze door.

Hij lijkt me wat oud om de eigenaar van deze toko te zijn. Misschien heeft hij gewoon een erg grote familie of heel veel vrienden. Duidelijk is dat hij hier veel vaker zit. Zou het een drugsbaas zijn? In televisieseries heb ik gezien dat die vaak heel lang doorwerken, want dat is niet een branche waar je zomaar even uitstapt.

Als ik mijn boek aan de kant leg om een nieuw biertje te bestellen, begint de man ineens tegen mij te praten en geeft hij zelf uitsluitsel. Hij is geen drugsbaas en ook geen kroegeigenaar, al is hij dat wel ooit geweest. Hij kwam ruim dertig jaar geleden vanuit Irak naar Nederland en zette hier een horecabedrijf op, dat hij inmiddels – hij is 83 – heeft overgedragen aan zijn kinderen.

Dat hij naar Nederland mocht komen, noemt hij een godsgeschenk. Als Jood was hij in Irak onder het regime van Saddam Hoessein zijn leven niet veilig. Amsterdam is zijn thuis. In de Achterhoek is hij nog nooit geweest. Het enige dat hij erover kan vertellen, is dat deze regio dichtbij de Duitse grens moet liggen.

Na een tijdje besluit de man toch maar eens op te stappen. Het tafeltje dat vrijkomt, springt in het oog van een passerend stel dat overduidelijk van het platteland komt. De man gaat direct zitten, maar de vrouw roept hem terug. Wat er hier op de kaart staat, is veel te onbekend. Ze gaan verder. Jammer. Met hen had ik het zeker over Tante Rikie kunnen hebben.

Meer berichten