Foto: Nick Oostendorp

Column Luuk Stam - Hamburg

Hamburg

Er schreeuwde iemand op straat, midden in de nacht. En nog iemand. En nog iemand. Er klonk geluid van brekend glas en loeiende sirenes. Als het stil leek te worden, dan was er ergens nog wel het lawaai van een meeuw, die een feestmaal had gevonden. Niet zo moeilijk, want tussen al die feestgangers was er altijd wel iemand die wat liet slingeren.

Het leven stond in Hamburg altijd aan, 24 uur per dag. De receptie van het hostel waarin mijn vrienden en ik verbleven, was continu geopend. Bij de aankomst op vrijdagmiddag lag er een leeftijdsgenoot compleet laveloos op het trappetje bij de ingang. Om nog maar te zwijgen van de leden van een voetbalteam, die elkaar in de vroege zondagochtend naar boven hielpen.

Op onze weg van het uitgaanscentrum naar het hostel hadden we misschien wel de minst fraaie kant van deze tweede stad van Duitsland gezien. In het portaal van een winkel lag een zwerver te slapen. Verderop lag er nog eentje onder een slaapzak. Een ander had een bankje weten te bemachtigen. Onder een viaduct was een compleet groepsverblijf gecreëerd.

Een prachtstad was het zeker ook. Een stad met historische gebouwen zoals het Rathaus, met aan het water de imposante concertzaal de Elbphilharmonie, met na Rotterdam en Antwerpen de grootste haven van Europa en met een prachtig metrosysteem, de U-bahn. We zagen Hamburg ook als de stad van voetbalclub Hamburger SV én van FC St. Pauli, een cultclub in de gelijknamige wijk met als thuisbasis het Millerntor-stadion.

Vlakbij dat stadion lag de hoerenbuurt der Kiez – deel van St. Pauli – met als middelpunt de 930 meter lange Reeperbahn, één lange straat vol muziekclubs, cafés, discotheken en andere uitgaansgelegenheden. We dronken er een biertje, aten er curryworst en namen uiteraard een kijkje in die ene straat waarvoor je tussen een muurtje door moest slingeren, waarvoor je 18 moest zijn en waar je alleen als man mocht komen.

Hoogtepuntje was het bezoek aan Zur Ritze, een schitterende kroeg met wanden vol foto's en in de kelder een boksring. Niet zomaar eentje, maar een ring waarin legendarische boksers zoals de broers Vitali en Wladimir Klitschko trainden en waar de zware jongens zich tot op de dag van vandaag opmaken voor belangrijke wedstrijden.

Met de auto was de reis van 400 kilometer prima te doen, al werden we zondag bij vertrek verrast door de Motorradgottesdienst, een evenement waarbij dertigduizend motorrijders vanuit hartje Hamburg vertrekken voor een jaarlijkse rit. Wegen afgesloten. Stad muurvast. Er zat voor ons niets anders op dan een extra bak koffie te drinken en rustig af te wachten.

Gelukkig bood de Duitse snelweg uiteindelijk ruimte voor een snelle terugreis. Het was een mooi weekend in de grote stad, maar het was ook weer fijn thuiskomen. Wat is het hier groen. Wat is de lucht hier schoon. Wat is het fijn dat de mensen elkaar groeten. Wat is het rustig op de weg. En het grootste besef kwam bij het slapen gaan; wat kan het hier muisstil zijn.

Meer berichten