Uut 't Wald | Hazen

Hazen

In alle rust hobbelde hij wat rond over de akker. Af en toe een sprintje makend, één keer zelfs een soort van koprol. Blijkbaar waande hij zich onbespied. Wat niet zo was, want niet alleen ik stond in het hoge gras langs het maïsland te kijken, aan de overkant zag ik een wandelaar staan, die blijkbaar ook veel plezier beleefde aan de capriolen van die haas.
We konden goed zien wat het dier allemaal uithaalde, want de maïsplantjes waren nog niet hoger dan pakweg drie, vier centimeter. Die boden nog geen dekking. Had de haas ook niet nodig. Op zeker moment, blijkbaar hoorde hij iets wat hem verontrustte, dook hij plat op de grond. Had ik niet geweten dat het dier daar lag, dan had ik hem niet gezien. Ik heb het trouwens over een hij, maar eerlijk gezegd weet ik helemaal niet of het wel een mannetje was. Ik heb niet zoveel verstand van hazen.
Gelukkig weet ik meer over onze streektaal. Met dank aan het WALD, het woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse dialecten. Daarin lees ik dat er voor een haas in het Achterhoeks eigenlijk nog maar één woord wordt gebruikt, in verschillende variaties. In mijn woonplaats Neede spreekt men over een hazen, elders over een haze of gewoon een haas. In de Liemers wordt ook het woord hoas wel gebruikt. De veel oudere benaming Koertnaeve kent niemand meer. Overigens heet een mannetjeshaas, een rammelaar dus, in de Achterhoek een remmel, remmelhaze, rammeler, ram(me), bok of remle. Een moer (vrouwtje) is een moerhaze, moorhaas, moor of meur(e).
En dan heb je tenslotte natuurlijk ook nog de dakhaas. Maar dat is een kat!

Meer berichten