Foto: Nick Oostendorp

Column Eva Schuurman - Vrij

We vertrekken in het midden van de nacht, de navigatie en de lucht kleuren donker. De jongste zegt ons in de eerste bocht welterusten, ze is net terug van de eerste kampweek van haar leven. Huilend kwam ze me tegemoet; vanuit de grote tent klonk de muziek van de bonte avond vrolijker dan haar gezichtje stond, haar sproetjes vermeerderden zich met elke snikkende stap die ze mijn kant oprende. Twee ansichtkaarten stuurde ze deze week met heldere boodschappen over terugschrijven en het hebben van heimwee. Maar op de drempel van kamp naar kamperen wist ze niet meer waar het meest naar te zullen verlangen.

De weg suist onder onze blote voeten, jij vouwt je benen op het dappere dashboard van onze trouwe, blauwe auto. Volgens de monteur is het een duw- en smijtmodel, hij kan alles aan. Vorig jaar kwamen we terug met een levensmoeë ruitenwisser, dit jaar met een ietwat ingezakte achterband. Bij elke procentuele uitdaging slaan we hem bemoedigend boven het stuur op de bol, trots en motiverend.

We blijken gaandeweg net zo moe als de ruitenwisser vorig jaar was, voelen de eerste Franse nacht niet hoe hard het matras in onze Kalahari-tent is en schrikken wakker van de kou die plotseling invalt. Stukje bij beetje laten we - gelijk de flapperende tentdelen - onze laagjes rustig vallen. We waaieren onszelf en de spullen uit over luttele vierkante meters ontspanning op een familiecamping met glijbanen en bingoavonden.

Het kneuterige wandelen met een bak vol afwas staat in schril contrast met de manier waarop ik thuis naar een vol aanrecht zuchten kan. De meisjes leggen hun ondergoed in de vriezer en genieten even later van koude billen. We plaatsen onze teenslippers in de rekken bij het zwembad en merken op dat meerdere dames mijn uitgezochte exemplaren bij de supermarché tot favoriet bestempelden. Het is dus niet heel gek dat ze er na een paar uur niet meer staan, ik neem schouderophalend een maatje 41 mee en slof de rest van de week tevreden op grote voet.

Jij kijkt op de ligbedjes bij de tent een serie en ik lees een boek. De oudste plaatst landerig een matrasje naast ons neer en prikt met een stokje in de grond, de jongste veegt de veranda aan en laat haar hoopje daarna liggen voor de wind. We verdelen evenredig de vakantietaakjes; iets met het oprollen van de kaki gordijnen en het halen van broodjes, dobbelstenen tussen houten vloerdelen vandaan pogen te peuteren en een plasje water sprenkelen over een restje melk.

Er zijn geen muggen, maar er zoemt van alles door mijn hoofd. Van opluchting vorm ik ons zuchtjes wind en het enige dat schuurt vinden we terug tussen warme bovenbenen. Jij smeert mijn rug in en ik zalf jouw eeuwig geduld met mijn glimlach. In de verte klinkt de bel van het toeristentreintje en de nieuwe buurman denkt dat mijn ogen ter hoogte van mijn boezem huizen. In gedachten stop ik zijn ondergoed in onze vriezer en snel me dan terug naar de tent, de luidruchtige rits is als een sluisdeur en sluit me - vrij van alles - veilig op in ons.

Reageer als eerste
Meer berichten