Column Luuk Stam - Pax

Pax

De Hengelose voetbalvereniging Pax bestaat negentig jaar. Negentig jaar aan blauw-witte voetbalhistorie. Negentig jaar aan verhalen binnen en buiten het veld. Bij één van mijn mooiste Pax-herinneringen buiten het veld is de hoofdrol weggelegd voor een auto. Om precies te zijn een groene Nissan Almera. Kom ik op terug.

Daarvoor moet ik namelijk eerst uitleggen dat ik als weinig talentvolle jeugdspeler een bescheiden rol speel in de geschiedenis van Pax. Tot en met de B-jeugd – tegenwoordig JO17 – voetbalde ik met veel plezier. Een keeper noemde mij weliswaar eens de beste linksback waarmee hij ooit gespeeld had, maar dat zei meer over hem dan over mij.

Wel heb ik als speler bijzondere wedstrijden meegemaakt. Bijvoorbeeld die bij DVC'26 in Didam. Door een tekort aan spelers begonnen we die wedstrijd met negen man. Er was echter weinig reden tot paniek, want er waren twee spelers uit een hoger elftal onderweg. Mochten we op achterstand komen, dan zouden die versterkingen dat wel oplossen.

Dat bleek niet nodig, want wonder boven wonder stonden we met negen man binnen een kwartier met 0-3 voor. Iedereen liep ineens een paar tandjes harder. We zaten in een zetel en toen na twintig minuten de versterkingen het veld betraden, kon het al helemaal niet meer misgaan. Dachten we. Met elf man verloren we die wedstrijd met 4-3.

Als supporter van Pax stroomde ik in op het moment dat Henk Bloemers in het eerste elftal in de spits stond. Het was de tijd waarin de gebroeders Ten Kate tot de sterkhouders behoorden. Zenuwslopend waren altijd de wedstrijden in de nacompetitie. Inmiddels is Pax al jaren derdeklasser. Dit seizoen was er het dubbele treffen met Keijenburgse Boys.

Een groot deel van de Pax-geschiedenis ken ik alleen van verhalen. Verhalen uit de jaren tachtig, toen Pax doorstoomde tot bovenin de eerste klasse en uitgroeide tot een begrip in de Achterhoek. Destijds stond de befaamde bult bij thuiswedstijden aan beide kanten van de tribune helemaal vol. Voetballiefhebbers uit de gehele regio kwamen in Hengelo kijken.

Eén van de hoogtepunten van het voetbalseizoen als speler was het jaarlijkse uitje na afloop van dat seizoen. Tijdens één van die uitjes gingen we naar Duinrell in Wassenaar. Eerst naar het attractiepark en aansluitend naar het subtropisch zwemparadijs, het Tikibad. Dat betekende een autorit van zo'n twee uur, met onze trainers als chauffeurs.

Het hoogtepunt van die dag vond al plaats tijdens de heenreis. De auto waarin ik zat, reed achteraan in een stoet van vier Hengelose auto's over de snelweg. Het zal de A12 zijn geweest. Toen we in de spiegels flink wat snelle auto's zagen naderen, besloot de trainer achter het stuur van onze auto om ook even gas te geven.

De blikken van de jongens in de auto's voor ons staan me jaren later nog altijd helder voor de geest. Met grote ogen keken ze naar het passerende autogeweld. Ze zagen een gele Ferrari! Een rode Ferrari! Een gele Lamborghini! En als laatste in het rijtje – als klap op de vuurpijl – een groepje teamgenoten, enthousiast zwaaiend in een groene Nissan Almera.


reageer als eerste
Meer berichten
 
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5953883&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=contactzuid.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=699,702" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>